WERK AAN DE WERELD

TUSSEN HOOP EN VREES IN CRISISTIJD

Geen mens wereldwijd ontkomt aan de impact van corona, maar het zijn de meest kwetsbaren die de hardste klappen krijgen. In Nederland en daarbuiten.

Tekst Bart Speleers Beeld Jan Banning, Merlijn Doomernik, Bloomberg


MALEISIË

‘MODERNE SLAVERNIJ DOOR RUBBERHANDSCHOEN’

Er zijn altijd mensen die profiteren van een stevige crisis. Neem Lim Wee Chai, een Maleisische zakenman die zijn vermogen in het eerste half jaar van 2020 flink zag groeien tot 2,5 miljard dollar. Dat fortuin heeft hij te danken aan rubberen handschoenen. Door corona draaien de rubberfabrieken op topcapaciteit. En nog is er een tekort. De EU en Nederland zetten daarom Maleisië onder druk om de productie van rubberhandschoenen op te voeren. Maar dat heeft een keerzijde: de arbeidsrechten worden ernstig geschonden. Werknemers, vooral arbeidsmigranten uit andere Aziatische landen, worden gedwongen excessief lange dagen te werken, de uitbetaling van hun lonen blijven uit en paspoorten worden ingenomen. Bescherming tegen gezondheidsrisico’s op het werk is er nauwelijks en de huisvesting is schrijnend.

Rabi Magar (niet z’n echte naam) werkt bij Top Glove, het bedrijf van miljardair Chai. De 32-jarige Nepalees pakt rubberhandschoenen in, die ook voor de Nederlandse markt zijn bestemd, en bevestigt de slechte omstandigheden in de fabriek. Voor de pandemie werkte hij twaalf uur per dag, zes dagen per week, tegen een maandelijks salaris van 245 euro. ‘Sinds corona moeten we anderhalf uur per dag langer doorwerken en de managers moedigen ons aan harder te werken en geen vrij of ziekteverlof te nemen. We werken met veel mensen dicht op elkaar en ik woon in een krappe kamer met meerdere collega’s. Dat maakt m’n angst om corona te krijgen nog groter.’

Maleisië, dat 65 procent van de rubberhandschoenen in de wereld levert, telt nu vier rubberhandschoen-miljardairs. De kritiek op deze grootverdieners en de arbeids- en leefomstandigheden van hun werknemers zwelt aan. Zo heeft FNV-voorzitter Han Busker aan minister Hugo de Jonge gevraagd al het mogelijke te doen om een eind te maken aan de moderne slavernij in Maleisië. Door onder meer te zorgen voor inspecties in de fabrieken waar Nederland Covid19-artikelen koopt en door fabrikanten te steunen, zodat ze voldoen aan de gezondheidsnormen van werknemers op de werkvloer en in hun woningen.


PERU

‘WIE BESMET IS, WORDT ONTSLAGEN’

Ze poetsen, doen de was, koken voor het gezin en passen op de kinderen: huishoudelijk medewerkers. Onontbeerlijk, maar doordat we massaal thuisblijven door corona zijn zij vaak niet meer welkom. In Nederland bijvoorbeeld werken zo’n 40- tot 75-duizend ongedocumenteerde migranten die huishoudelijk werk verrichten. Velen verloren hun werk bij particulieren thuis en een uitkering krijgen ze zonder werkvergunning niet. De situatie voor de mensen is zeer nijpend.

De economische crisis slaat ook hard toe bij huishoudelijk medewerkers elders in de wereld. In de Peruaanse hoofdstad Lima heeft huishoudelijk werker Marcolina Infante Ramirez (51) grote zorgen. Haar werk viel in het begin van de crisis helemaal weg. ‘Nu werk ik weer zes uur bij een oude werkgeefster, maar zij wil dat ik een coronatest doe en dat kan ik niet betalen.’ Genoeg inkomen voor het betalen van alle vaste lasten en eten voor haarzelf en haar zoontje van acht, heeft Marcolina sowieso niet. ‘Er is nu te weinig werk, maar ik wil ook niet te vaak op pad gaan. Ik ben bang besmet te raken in het openbaar vervoer. Mensen houden steeds minder afstand.’

Naast de huishoudelijk medewerkers die zelfstandig wonen, zoals Marcolina, zijn er in Peru ook veel hulpen die inwonen bij hun werkgever. Zij mogen van hun baas vanwege corona nog maar een keer per maand naar huis. ‘Maar ze moeten wel boodschappen doen of de hond van de werkgever uitlaten’, zegt Marcolina. ‘Ik ken diverse collega’s die zo besmet zijn geraakt en daarom ontslag kregen.’

Hulp krijgen de huishoudelijk medewerkers van familie en vakbond Sinttrahol, die weer steun krijgt van Mondiaal FNV. ‘De vakbond helpt door het oprichten van fondsen voor voedselpakketten en het verstrekken van medicijnen’, vertelt Marcolina, die actief vakbondslid is. ‘Ook oefent de bond druk uit op de Peruaanse regering, die niks doet voor de huishoudelijke hulpen.’ Zes miljoen huishoudens in Peru krijgen eenmalig 230 dollar, maar de hulpen vallen hier niet onder omdat ze nergens geregistreerd staan. De vakbond onderhandelt nu met de regering om huishoudelijk medewerkers ook onder die regeling te krijgen.


NEDERLAND

‘JE MOET NIET ZEUREN’

Tien jaar werkte Michael Prophet (63) als uitzendkracht op Schiphol tot hij in april werd ontslagen. Hij is een van de vele flexwerkers die sinds het uitbreken van de coronacrisis zijn baan verloor. Prophet werkte bij de ‘bruggendienst’ van KLM, waar hij loopbruggen aansloot op vliegtuigen. ‘Dit was m’n vierde uitzendbaan op Schiphol. Daarvoor had ik altijd vaste banen, onder meer als onderhoudsmonteur bij KLM en tekenaar bij Fokker. In 2008, aan het begin van de vorige crisis, werd ik ontslagen en kwam ik met m’n 52 jaar niet aan de bak. Een uitzendbureau bood me een baantje aan als koffersjouwer op Schiphol, dat heb ik aangenomen.’

Prophet rolde van het ene uitzendbaantje in het andere, soms met drie of zes maanden tussenpozen. Een vaste baan zat er niet in, tot teleurstelling van de werkzoekende. ‘Als uitzendkracht tel je niet mee. Je hebt minder rechten dan je collega in vaste dienst. Ik had geen inspraak in m’n rooster, m’n diensten werden gaandeweg steeds korter of zonder mededeling geschrapt. Dan stond ik in m’n pakje op Schiphol en kreeg ik te horen: sorry, we zijn vergeten je af te bellen. Als ik er iets van zei, was het antwoord: je moet niet zeuren.’

Na z’n ontslag moest het uitzendbureau drie pogingen doen om Prophet elders onder te brengen. ‘Ze stuurden me naar een supermarkt om vakken te vullen, maar de supermarktmanager zei dat ik vanwege m’n leeftijd te duur ben en koos voor een zestienjarige.’ Ook de andere twee pogingen van het uitzendbureau waren volstrekt zinloos, maar de uitzender had daarmee voldaan aan de verplichting vervangend werk voor Prophet te zoeken. ‘Ach, ze wilden gewoon van me af en dat is gelukt.’

De FNV wil dat de flexibele arbeidsmarkt flink op de schop gaat en dat vaste banen en zekerheid weer de norm zijn. Prophet juicht dit toe, maar betwijfelt of hij ooit nog aan het werk komt. ‘Ik zit nu in de WW, waar ik nauwelijks van rondkom, en wil alles aanpakken. Maar wie wil mij? Ik zie het zwaar in tot aan m’n pensioen.’


INDONESIË

‘BIDDEN DAT PANDEMIE SNEL STOPT’

Heb jij je wel ‘s afgevraagd wie wat verdient aan jouw kledingstuk? Neem een t-shirt van 25 euro. Daar verdient de winkelier het meeste op, bijna vijftien euro, op grote afstand gevolgd door het kledingmerk (3,11 euro). Onderaan de keten bungelt de arbeider, die slechts 0,16 euro ontvangt voor jouw t-shirt. Is dat een eerlijke verdeling? Niet echt. Van het loon kunnen kledingarbeiders in lagelonenlanden als Ethiopië, Bangladesh of India, waar onze kleding vaak vandaan komt, niet leven.

Dat geldt ook voor Nopi Susanti (41). In een grote textielfabriek in Bandung, Indonesië, strijkt zij veertig uur per week kledingstukken van merken als Oliver, DKNY en Calvin Klein. Zelfs na 24 jaar in vaste dienst verdient Nopi daarmee te weinig om van rond te komen. ‘Daarom verkoop ik op zondag, m’n vrije dag, zakjes chips en specerijen op de markt’, vertelt ze.

Maar toen kwam corona. Kledingbedrijven annuleerden hun bestellingen, nieuwe orders bleven uit, arbeiders kregen niet meer uitbetaald of werden ontslagen. Dat laatste gebeurde ook met de man van Nopi, met wie ze twee kinderen heeft. ‘Het wordt financieel nu wel heel moeilijk voor ons. Gelukkig heb ik m’n baan nog, maar voor hoe lang? Een kwart van m’n collega’s is al ontslagen. Ik maak me grote zorgen.’

De zorgen over geld en baan komen bovenop de angst voor het virus. In de fabriek waar Nopi werkt, worden de gezondheidsmaatregelen gelukkig goed nageleefd. ‘Onze temperatuur wordt gemeten en de werkgever zorgt voor mondmaskers en handzeep. Ook houdt iedereen voldoende afstand.’ Dat laatste gebeurt zeker niet overal, komt naar voren uit een onderzoek dat Stichting WageIndicator met steun van Mondiaal FNV in Indonesië uitvoerde. In 25 procent van de onderzochte kledingfabrieken is er geen of onvoldoende afstand tussen arbeiders. Nopi hoopt op een betere toekomst. ‘Gezond blijven is voor nu het belangrijkste. Laten we bidden dat deze pandemie snel stopt.’