DAAROM

‘EEN ECHTE BAAN VOOR IEDEREEN’

Tekst Peter van der Aa Beeld Mike Raanhuis

Kobus Lamboo (67) uit Woerden was timmerman van beroep en is nu gepensioneerd. Hij is al jaren maatschappelijk actief, ook voor de FNV.

1. Wie is Kobus Lamboo?

‘Ik heb als timmerman alle facetten van de bouw meegemaakt. Maar in 2010 werd ik ontslagen en kwam thuis te zitten. Ik solliciteerde want ik was graag nog aan de slag gegaan maar ja, ik was 57 jaar. Dat vinden werkgevers te oud; alsof het een besmettelijke ziekte is. Vanuit de WW ben ik met een regeling met vroegpensioen gegaan. Omdat ik geen baan meer kon vinden, ben ik maatschappelijk nuttig werk gaan doen als vrijwilliger.’

2. Hoe werd je kaderlid van de FNV?

‘Ik was natuurlijk lid maar in 2005 besloot ik eens een jaarvergadering te bezoeken van de plaatselijke afdeling van mijn bond, FNV Bouw. Twee weken later stonden er een paar bestuursleden aan de deur met de vraag of ik secretaris van de afdeling wilde worden. Daar keek ik nogal tegenop maar ik heb het toch gedaan en ik heb er nooit spijt van gehad. Ik heb als kaderlid veel voor leden kunnen doen, veel mensen ontmoet en veel geleerd.’

3. Wat deed en doe je bij de FNV?

‘Naast secretaris van de afdeling was ik ook lid van de busploeg, die bouwlocaties bezoekt om met werknemers en leden in contact te komen en ik was betrokken bij Lokaal FNV. Ik was vaak wel twintig uur in de week in touw. Mensen dachten soms dat ik in dienst was bij de bond. Na de fusie van de afzonderlijke bonden tot één FNV verdween de oude plaatselijke afdeling. Ik ben nu voorzitter van Lokaal Netwerk Het Groene Hart, dat actief is in Woerden, Montfoort en Oudewater.’

4. Wat drijft jou in het vakbondswerk?

‘Dat is absoluut de strijd om goede arbeidsvoorwaarden. Iedereen heeft recht op een echte baan die ook fatsoenlijk wordt betaald. Daar schort het tegenwoordig erg aan. Je moet kunnen werken onder goede condities en niet aan alle kanten kapot geconcurreerd worden door schimmige constructies. Dat geldt voor jong en oud. Een mens moet, om eens wat te noemen, in staat zijn van zijn salaris een huis te huren, zonder allerlei toeslagen. Dat kan lang niet iedereen meer. De laatste jaren gebeuren er dingen op de arbeidsmarkt die mij een raadsel zijn en die ik teleurstellend vind. We laten verworvenheden uit onze handen glippen.’

Deel deze pagina